Filteren

Wis alle filters

Op onderwerp

Op medium

tekst

Zonderdag

Een kort verhaal naar aanleiding van een woord dat mijn 4 jaar oude zoon uitsprak. De tekst gaat over het ontbreken van de gewone wekelijkse regelmaat. En vooral hoe we ons,  naast onzelf, ook bezighouden met de ander.

 

Op school leert onze zoon elke dag de dagen van de week. Een onschuldige structuur van 7 dagen, waaraan we gewend zijn geraakt. Deze hebben we uiteraard te danken aan de almachtige weersomstandigheden. Vroeger was het dus de hele zomer zondag en af een toe een donderdag, als de maandag daarvoor aan de beurt was en het waterpeil hoog genoeg. Na zeven dagen, ongeacht de taken die werden volbracht en de omstandigheden die dit al dan niet mogelijk maakten, begonnen ze overnieuw. Niet alsof het niet gebeurd was, maar met nieuw perspectief of frisse tegenzin.

Deze dagen is de school gesloten omdat er ziekte heerst. Die ziekte daar zullen we nog wel over komen te spreken. Voor hem is er trouwens geen groot verschil tussen vrij en gesloten zijn. We kunnen de dagen van de week niet langer oefenen omdat ze geen zin meer hebben. Het is zonderdag. De dag dat de zon niet schijnt en het ook niet donderdag is. Hij heeft door dat regelmaat geregeld moet worden en daar komt nu verandering in. De weersomstandigheden hebben tevens geen vat meer op ons. Ons huis bestaat uit bunkers van kussens en dekens. We trekken ons terug en lezen boeken over het menselijk lichaam om niet te veel te vervreemden. We kunnen een arm van romp onderscheiden maar we hebben onze ziel nog niet gevonden.

Bij verfwinkel Engels, aan de overkant van ons huis, staat een bord met daarop de weermannen en -vrouwen van weleer met weerberichten van afgelopen tijd. “Hexinol, bestand tegen ieder weer” staat er in blauwe aanplakletters. ‘Time and time again’, dacht ik om een of andere reden, toen ik het las. Ik bestelde een blik Hexinol in dezelfde kleur als de plakletters. Voor het geval we het idee opvatten om leuzen te gaan schilderen over het veranderende klimaat. Maar we bleven thuis en er veranderde niets. De ziekte greep om zich heen. Iedereen kende wel iemand die het had en daarom zat iedereen uit voorzorg thuis. Buiten waren vrijbuiters en vrijgezellen die zich niet bezwaard voelen en een broertje dood hadden aan opgesloten zijn. Ik kende zo iemand maar had ‘m al een lange tijd niet meer gehoord.

Onze voorraad raakte uitgedroogd. We recycleren woorden die we ongeoefend herhalen. We waren niet moe maar gingen toch eerder naar bed, uit angst dat we ons weer zouden verslapen. Het doet me denken aan die keer dat we uitgenodigd werden voor één of andere conferentie. Toen we daags voordien na een korte reis in onze hotelkamer neerploften en voor het eerst in ons leven 24 uur aan een stuk doorsliepen. Wakker worden was nog nooit zo’n illusie. Op de wekkerradio stond nog op exact dezelfde tijd als toen we arriveerden. Het enige verschil zijnde dat de conferentie reeds was voltrokken en hoewel ze ons waarschijnlijk niet hadden gemist, het ons aan alles ontbrak om er nog iets aan te veranderen. Diezelfde dag gingen we terug met misschien een paar extra hersencellen in ons hoofd maar geen enkel besef. Tijd kun je maar één keer verdoen.

‘Zonder’ is trouwens niet van het katholieke ‘zondig’ afgeleid. Zondig zijn momenten die evengoed vergeten als vergeven zijn. Dat we zonder zitten gebeurd ontelbaar vaker dan tijden dat er werkelijk weinig te doen is. Zonder staat dichter bij het Engelse woord ‘yonder ‘ en misschien ook wel ‘wonder ‘. Ergens waar we nog nooit geweest zijn en wat voorbij onze horizon ligt. Zonder betekent dat we iets geven om wat we niet hebben. Zonderdag is de dag dat we stilstaan bij het feit dat we zonder moeten/kunnen. Maar dat het niet het einde is. Wist je dat het heel lang heeft geduurd voordat we doorhadden dat het cijfer 0 wel handig zou kunnen zijn?

We hebben het vaak over mettertijd. De tijd die als belofte overblijft. Boordevol dingen die we geregeld en geboekt hebben. Waar we lachwekkend op vooruit kijken. Hoewel we in de tussentijd argwanend worden, zonder er erg in te hebben. Omdat uiteindelijk niet doorging. Want het was het buitengewoon stil in onze buurt, de Jordaan. Stilte wou echter niet zeggen dat ze aan het nietsen was. Ze stond gewoon stil, net als de tijd langzamerhand.

Invulling geven, dat wou zeggen dat je tijd overhad. Dat had niemand op zonderdag. Daardoor verbaasden we ons over hoe mensen door social media toch ‘FOMO’ konden krijgen. Fear of missing out. Een conditie veroorzaakt door spiegelneuronen. Plotsklaps doorkrijgen dat door veelvuldig stilstaan bij andermans tijdsbesteding er geen tijd meer overbleef om datgene te doen waar je zelf mee bezig was.

Als afleiding dwongen we onszelf om toekomstperspectieven te tekenen, zoals in de prenten van Saenredam. Met een verdwijnpunt. Hij was een van de eerste die het daarmee bij het rechte eind had. Hoewel we twee ogen hebben is één enkel punt voldoende om het idee te geven van dieptewerking. Meestal tekende hij kerkinterieurs omdat dat vroom was, maar ook omdat er aan die verticale dimensie, een uitweg te vinden zou zijn.

Dat we ons kunnen verbeelden ondanks dat we weinig weten of juist voor de gek gehouden worden is al vreemd. Dat we hiertoe gedreven zijn ook al zitten we thuis of in de kerk, is evengoed een kracht als een tekortkoming. We hebben door dat het een droom is en dat verhalen zich versneld afspelen ondanks dat we aan huis gekluisterd zijn. Het is geen kunst. Maar we schilderden met dat ene blik een eenvoudig monochroom uitzicht.

We kregen een raam om te vertrekken. Om een vlucht te boeken en te ontsnappen aan de ziekte de op de loer lag. We hadden het over een eiland, maar die werden historisch gezien nog harder getroffen. De ruimte of het vaste land dan maar. Zonder bagage natuurlijk, maar met de last dat terugkeren er deze keer niet in zat. We kleden ons uit en deden papieren pakken aan, mondkapjes op en ons haar netjes. ‘Wanneer vertrekken jullie?’, vroeg de stewardess van het sjieke doch volgepakte vaartuig. ‘Zonderdag’ zeiden we zonder aarzeling. ‘Ik overleg even met de purser.’

door Chris van der Kaap


Onze
partners

met dank aan: Gemeente Amsterdam West