Filteren

Wis alle filters

Op onderwerp

Op medium

tekst

In Coronatijden

In Coronatijden  

Ondertitel: Een rondje fietsen voor licht, lucht en ruimte

Het is 25 april en nog steeds onvoorstelbaar droog en zonnig lenteweer. Morgen nog warmer en met Koningsdag zal het, ondanks de waarschuwing om het toch vooral een Woningsdag te laten zijn,  best druk zijn op de fiets- en wandelroutes door stad en park.

Amper wind, dus mooi om met mijn lief een stuk te fietsen. Zij op haar e-bike en ik op mijn ooit via de lease-fietsregeling van ING aangeschafte woon-werk Batavus met wel zéven versnellingen.
‘Korte broek aan?’, vraag ik haar. ‘Kan’, antwoordt ze, ‘maar de noordenwind is wel fris’. Dan in ieder geval een jasje mee in de fietstas, besluiten we.

We zijn nog niet het hoekje om bij de Burg. Fockstraat of besluiten dat jasje toch maar aan te trekken. Niet verkouden worden in deze tijd is het credo.
We tuffen richting Sloterplas, waar het langs de Oostoever best zo druk is, dat 1,5 meter soms moeilijk is vol te houden zonder iemand anders van z’n sokken te rijden. Of zelf omver te worden gekegeld door langsrazende brommers. Achter elkaar rijdend trappen we stevig door.
Voorbij de Robert Fruinlaan is de drukte als bij toverslag opgeheven en kunnen we weer naast elkaar fietsen.
Voor het voormalige Slotervaart ziekenhuis (het bleek helaas ongeschikt voor opvang en verpleging van coronapatiënten) slaan we rechtsaf de Plesmanlaan op.
Wat is dit toch een fraaie weg langs de Slotervaart met aan de overkant grote villa’s met tuinen tot aan het water. Daar waar het gras openbaar is zien we dat her en der verspreid half ontblote figuren liggen voor te bakken voor de vakantie, die dit jaar zeker later dan andere jaren zal plaatsvinden.
Met schaamrood op mijn kaken (al 65 jaar Amsterdammer en 33 jaar bewoner van Nieuw West) realiseer ik mij plots waar de naam van dit stadsdeel vandaan komt.

We willen vandaag de ronde niet te groot maken, dus aan het eind rechtsaf de Baden Powellweg op naar de Ookmeerweg en langs de tegenwoordig zo genoemde Ookmeermolen (voorheen de ‘1100 roe’, toen hij nog aan de Haarlemmertrekvaart stond), en lege afgesloten sportvelden.
Ho stop! Een bankje voor ons alleen aan het Ma Braunpad met uitzicht over de Osdorper binnenpolder. Even pauze voor een banaantje en een slok water. Wat een fraai gezicht is dit stuk polder toch met de variëteit aan vogels en drijfsijssies die af en aan vliegen, op zoek naar een geschikte voorjaarspartner of nog malser gras dan de vorige plek.

Aan het eind van het Ma Braunpad draaien we het park in en……., ja hoor daar zijn ze. Vier ooievaarsnesten bij de kinderboerderij De Strohalm. We zien dat momenteel maar 1 nest wordt bewoond. Maar wat een fraai gezicht die wit-zwarte vogels tegen de knalblauwe lucht. Even vastleggen en dan is het weer mooi voor vandaag. Terug naar huis en in de tuin verder genieten.

 

In Coronatijden (2)

Ondertitel: Vogelvrijheid in de tuinstad

 

Het is 4 mei en ik doe mijn vrijwel dagelijkse rondje van een paar kilometer. Het is vandaag nog fris, maar de verwachtingen beloven een oplopende temperatuur in de loop van de week.
Ik heb mezelf vandaag voorgenomen om nog wat vaker stil te staan en om mij heen te kijken naar de natuur die zich niets van corona aantrekt. Sterker, die er zelfs van lijkt te profiteren.
Ik ben de Haarlemmerweg nog amper overgestoken als twee zwanen in de Haarlemmertrekvaart mijn aandacht trekken. Ze lopen op het talud bijna onder de daar nieuwe houten vangrail door, alsof de auto’s die er net gas geven na het verkeerslicht, niet bestaan. Als in een soort paringsdans plukken ze vervolgens hun lange halzen heen – en weer wiegend in het riet stengels bij elkaar. Is het nog verleiding of wordt er al een nieuw onderkomen gecreëerd?

Vorige week werd ik bij de sloot langs DWS nog weggeblazen door een ganzenmoeder die met haar pullen, het waren inmiddels geen pulletjes meer, van het verse gras smulden. Nu zie ik ze niet meer. Enfin, zeker verhuisd naar een nog smakelijker omgeving.
Ik kuier verder richting het begin van de Bretten. In de sloot langs het gelijknamige volkstuincomplex heeft een meerkoet – ik zie aan zijn witte snavel dat het geen waterhoen is – middenin zijn fort gebouwd. Zo kan hij/zij het mogelijke gevaar van alle kanten zien aankomen.

Ik vraag mij intussen af of de zwaan er dit jaar weer is die altijd zijn nest heeft in het vennetje voordat het fietspad de bocht maakt richting Westelijk Haven-gebied. Eerst zie ik niets, maar dan: ‘aha! daar zit je dus, diep verscholen tussen het riet’.

Bij het derde huis na de bocht loop ik het wandelpad links op omhoog. De noordoostenwind zorgt dat er  heel licht geruis van de A10 en A5 tot hier doordringt en als ik goed luister hoor ik zelfs een verdwaald vliegtuig.
Verder alleen maar getjilp en gekwetter van tientallen vogels. Ik ben niet zo goed als Hans Dorrestijn dat ik precies kan onderscheiden welke vogel welk geluid maakt, maar ik geniet er niet minder van. Dus blijf ik hier wat langer stilstaan en hoop dat ik, zoals mij hier een paar jaar geleden al fietsend overkwam, wordt verrast door de alarmerende schreeuw van een vlak boven mij vliegende buizerd. Dat geluk heb ik helaas nu niet.

Op de terugweg – weer langs de voetbalvelden, want onze buurt wordt vooral bevolkt door onaantrekkelijk kakelende eksters – zie ik de ganzenfamilie met pullen over het voetbalveld mijn richting uitkomen. Om meteen rechtsomkeert te maken alsof ze zich realiseren: ho, stop, terug, want een bal die de jongens en meisjes daar weer mogen trappen zal zich niet aan 1,5 meter van ons houden.

 

 

Ruud van Koert schrijft o.a. voor Het geheugen van west

door Ruud van Koert


Onze
partners

met dank aan: Gemeente Amsterdam West