Filteren

Wis alle filters

Op onderwerp

Op medium

Verbinding in tijden van corona-eenzaamheid

Het verhaal van Yurdakul Merdan Baran

In 1979 kwam ik vanuit Turkije naar Amsterdam-West en sindsdien ben ik niet meer weggegaan. Mijn naam is Yurdakul, moeder van drie kinderen, oma van drie kleinkinderen en twee stiefkleinkinderen, én een actieve Amsterdammer die zich graag inzet voor projecten in de buurt. Eigenlijk ben ik altijd aan het werk. Ik hou er van om mensen de deur uit te krijgen. Vooral de ouderen.

Ik heb een naaiclub opgericht en geef naailessen. Naast de naaiclub, maak ik ook kaarsen en doe ik aan breien en haken. Maar picknicks organiseren met verschillende groepen doe ik het liefst. Het zijn vooral vrouwen die komen, maar mannen zijn ook zeker welkom. Er zijn al een paar mannen geweest bij de naaiclub, maar ze vonden het niet zo leuk. Ik ben het gewend om dingen te organiseren, om samen te komen, om eten te maken, samen te drinken en te praten. Ik word daar blij van.

In 1980 begon ik met werken in het ziekenhuis. Ik heb dat twaalf jaar gedaan. In 1999 werd ik plots ziek. Ik weet nog steeds niet goed wat het precies was. Ik voelde me benauwd, kreeg overal pijn en had last van ontstekingen over mijn hele lichaam. Drie jaar lang kwam ik de deur niet meer uit. Ik werd er depressief van. Gelukkig heb ik veel hulp gekregen van het ziekenhuis. Ik heb gepraat met een psycholoog. Ik heb medicijnen gekregen. Sindsdien ben ik weer actief. Als ik terugdenk aan mezelf in die tijd krijg ik opnieuw hoofdpijn. Het was écht een moeilijke periode. Daarom vind ik thuis binnen blijven maar niks.

Ik woon hier al meer dan 38 jaar. Ik ben bekend hier in de buurt. Dus de mensen komen gewoon naar mij toe. Ouderen hebben meer face-to-face-contact en kennen hun buurt goed. Ik ken iedereen en iedereen kent mij. Ze hebben mijn telefoonnummer en kunnen mij altijd bellen. Ik bel ook iedereen regelmatig op. Niet alle ouderen zijn even goed met WhatsApp. Het zijn niet alleen Turkse vrouwen, maar ook Marokkaanse bijvoorbeeld. Het is een mix. Maar het zijn wel allemaal weduwen. Dus ze zijn alleen.

Tijdens de lockdown zijn mijn man en ik de eerste twee à drie maanden niet buiten geweest. Iedereen was thuis, dus wij ook. Het was wel lastig. De kinderen zijn het huis uit, dus we zijn alleen. We waren ook bang voor het virus. We kwamen enkel buiten voor de boodschappen. Maar ik ben wel in contact gebleven met de oudere vrouwen uit de buurt. We bleven elkaar bellen. Ze vroegen me constant: ‘Wanneer gaat de naaiclub weer open?’

Nadat de lockdown voorbij was in de zomer, zagen we elkaar opnieuw. Maar het was moeilijk. We zijn allemaal risicopatiënten omwille van onze leeftijd. We kwamen samen met een mondkapje en op veilige afstand van elkaar. Alleen maar thuiszitten, daar heb je ook niets aan, toch? We kwamen samen in het park en namen eten en drinken mee. We kletsten dan urenlang met koffie en thee. Van Margreet van Operatie Periscoop kregen we een bepaald bedrag zodat we elkaar konden trakteren. Ik ben altijd verantwoordelijk voor koffie en thee, de lekkernijen neemt de rest mee.

Nu zitten we deze winter weer thuis en hebben we enkel telefonisch contact. Iedereen is gezond gebleven, alhamdoulillah. Voor zeven personen heb ik een thuisbezoeker geregeld. Dat is een soort mantelzorger die één keer per week aan huis komt. Ze komen dan een kwartiertje langs, om te kijken hoe het gaat en om even te kletsen. Nu het buiten koud is, proberen we zo’n dingen te doen.

Als ik vandaag naar buiten ga, zet ik gewoon mijn mondkapje op. Ja, het virus is gevaarlijk, maar het leven gaat door. Ik wil geen negativiteit aantrekken. Ik blijf er gewoon het beste van te maken. Van thuisblijven word ik ziek. Ik hou niet van stilzitten. Ik wil naar buiten, onder de mensen komen. Ik heb al eens drie jaar lang thuisgezeten. Ik heb het dus al allemaal gehad. Dat wil ik niet meer.

Door de coronacrisis ben ik nog zorgzamer geworden. Ik wil nog meer praten, nog meer bellen, nog meer kijken hoe het met de mensen gaat. Soms haal ik bijvoorbeeld boodschappen voor de ouderen. Wat ik voor mezelf doe? Nou dit. Als ik naar buiten kan gaan, kan wandelen en anderen kan helpen, dan ben ik tevreden. Zorgen en helpen maken mij gelukkig.

We kwamen samen met tien, vijftien en soms twintig mensen. We praatten over van alles en nog wat. Over het leven, over kinderen… (denkt na) en of we goed of slecht hebben geslapen (lacht). We spreken een mix van Turks, Marokkaans en Nederlands. Soms lees ik ook een boek voor aan de groep. Sprookjes vooral. Wist je dat ik ooit een verhaal heb geschreven dat is opgevoerd als een opera? Het ging over alles wat ik miste in mijn thuisland. Het groen, de bomen, de planten, de tuinen met fruitbomen. Hier is er helaas niet veel groen, maar iets is beter dan niet. Hier heb ik geen eigen tuin. Ik denk er wel aan om misschien een tuin aan te leggen. Ik moet toch bezig kunnen blijven, hé?

Normaal gaan we elk jaar naar Turkije. In de zomer gaan we naar onze woning in het dorpje, behalve dit jaar natuurlijk. Maar in Turkije hebben we dus wel een tuin, ja. (lacht) Ook in Turkije ben ik altijd actief. Het is daar normaal dat iedereen op bezoek komt. Ze lopen de deur plat bij ons, ook onaangekondigd. Zonder te bellen of af te spreken, ze kwamen gewoon langs. (lacht) Omdat niemand dit jaar op vakantie is geweest, zijn we gezellig in het park gaan picknicken.

Ik heb vijf kleinkinderen. Mijn dochter én mijn schoondochter zijn zwanger op dit moment. Ze zijn allebei in dezelfde week uitgerekend. (lacht) Aan mijn kleinkinderen wil ik later kunnen vertellen over deze bijzondere tijd. Wat ik heb gedaan en wat ik heb gemist. Ik zal ze vertellen over hoe bang we waren de eerste maanden, over de afstand die we moesten houden en hoe moeilijk het was om niemand te zien. Het was zo zwaar om mijn kinderen en kleinkinderen niet bij me thuis te kunnen ontvangen en te kunnen knuffelen.

Hoelang zal corona nog bij ons blijven? Hoe zal het evolueren? Zal het zoals de griep worden en altijd bij ons zijn elk seizoen? Zo veel ouderen zijn gestorven. Kwam het door corona of door iets anders? Ik weet het niet. Kijken naar de toekomst vind ik moeilijk. Ik ben 58 jaar oud, maar ik weet niet hoe lang ik nog zal leven. Ik leef van dag tot dag.

door Operatie Periscoop


CORONAGETUIGENISSEN is een multimediale serie portretverhalen van vijf inwoners van Amsterdam-West.  Zij werden geïnterviewd door schrijver Warda El-Kaddouri en gefotografeerd door Vincent van Kleef. Hun getuigenissen werden voorgelezen door vijf andere inwoners van Amsterdam-West terwijl filmmaker Vanessa van Gasselt ze in beeld vastlegt. De voorlezers reflecteren nadien vanuit hun perspectief op de verhalen. Het is symbolisch voor de sterke verbondenheid die in Amsterdam-West leeft.

Coronagetuigenissen werd gecureerd door Margreet van der Vlies van Operatie Periscoop in opdracht van Stadsdeel Amsterdam-West.


Onze
partners

met dank aan: Gemeente Amsterdam West