Filteren

Wis alle filters

Op onderwerp

Op medium

tekst

Niks te klagen

Niks te klagen.
Marguerite Berreklouw
Week 14: in maart 2020

-Naar buiten, naar buiten!- zegt mijn gevoel. Omdat de zon schijnt en de overheid ons misschien toch zal manen om helemaal thuis te blijven. Ik wilde genieten, zolang het nog kon.
Ik besloot tot een rondje Ankeveense plassen. Zou ik er niet teveel andere wandelaars treffen? Eenmaal rijdend richting Hilversum hoefde ik de Provinciale weg maar met weinig anderen te delen. Het parkeerterrein bij de kerk van Ankeveen was zo goed als leeg en in het dorp hing een bedachtzame stilte. Een vrouw, die mij tegemoet liep, stak over toen ze me zag. Over de Dammerkade liep ik de grasdijk op. Die was volkomen leeg, geen mens te zien. Ik voelde een diepe tevredenheid. Blijkbaar had ik de juiste route gekozen.Links en rechts lagen de plassen met de kerktoren van Nederhorst ten Berg in de verte. Er woei een harde pepermuntfrisse wind, het gras was niet te drassig, kortom ideale omstandigheden. Ik nam de route, die halverwege langs een beek liep, omzoomd met eerbiedwaardige bomen, die behalve hun takken in de lucht, lange schaduwen op de grond wierpen. De weg eindigde bij een betonnen pad dat naar een aantal huizen met houten boog bruggetjes leidde. Het was een van de meest landelijke plekjes die ik kende. In een tuin zat een vrouw aan de koffie. Ik groette haar, ik aarzelde of ik haar zou vragen of ik misschien even bij haar naar de w.c. mocht, maar ze had duidelijk geen zin in contact. Dan maar in het riet.

Het leek me beter om boodschappen te doen in een overdekt winkelcentrum, dan hoefde je tenminste niet buiten op straat te wachten. Achter een tafeltje stond een jongeman klaar met ontsmettingsmiddelen en plastic muntjes om je boodschappenkarretje los te koppelen van de rij. Contant geld kon je maar beter niet aanraken. Er waren weinig mensen in de winkel, niemand boog over je heen om voor je langs iets weg te grissen. Niemand blokkeerde met zijn winkelwagentje het looppad en het meeste was verkrijgbaar, behalve toiletpapier.

Ik deed voor een idioot bedrag aan boodschappen en vertrok om de rest van de middag door te brengen op mijn balkon, in de zon met uitzicht op de bloeiende magnolia in de binnentuin.

Na het avondeten keek ik naar de uitzending op de televisie over de kunstenaar en joodse tweederangsburger Marc Chagall. Ik dacht aan mijn ouders, die ondergedoken zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook voor hen bestond het leven waaraan ze gewend waren opeens niet meer. Hun toekomst, als jonge volwassenen was weg. Ze waren al hun rechten kwijt, wisten niets over hoe het met hun familie en vrienden ging. Hoe hadden ze kunnen leven zonder internet? Maar ook nu: wat als je vluchteling was in een tentje op Kos of Lesbos of in India in een sloppenwijk woonde? Hoezeer ik ook mijn vrienden en mijn familie miste en de dingen, die ik normaal gesproken deed, de situatie was vreemd. Maar met een dak boven mijn hoofd en voldoende te eten moest het te doen zijn. Ik had niks te klagen, toch?

In de eerste week van de intelligente lockdown maak ik een wandeling buiten Amsterdam en vergelijk de situatie met de tijd waarin mijn ouders ondergedoken zaten.

door Marguerite Berreklouw


Onze
partners

met dank aan: Gemeente Amsterdam West