Filters

Wis alle filters

Op onderwerp

Op medium

Studenten Maastricht University onderzoeken Corona in de Stad

6 december 2021
Door: corona_admin

In het najaar van 2020 deden twaalf studenten van de Universiteit Maastricht onderzoek naar de digitale ­tentoonstelling Corona in de Stad. Het museum vroeg ​​hun hulp bij het opstellen van een haalbare strategie om ‘het digitaal verzamelen van de stad’ aantrekkelijk en betekenisvol te maken voor de lokale bevolking en daarmee de lokale impact van het museum te versterken.

Door: Claartje Rasterhoff (Maastricht University)

Hoewel de vraag hoe multimediale verhalen het beste kunnen worden ingezet om ‘de stad digitaal te verzamelen’ en de lokale impact te vergroten al langer op tafel lag, werd deze bijzonder urgent toen het museum eerder dit jaar haar deuren moest sluiten als gevolg van coronamaatregelen. Als reactie op de sluiting ontwikkelde het museum in samenwerking met een groot aantal partners de digitale tentoonstelling Corona in de Stad.

 

Corona in the Stad kan worden gezien als het begin van een nieuwe manier van online verzamelen en presenteren gedurende de hele periode van het langer lopende programma Collecting the City: verhalen van de stad (2021-2024). De benadering bleek een groot succes, er werden vele prachtige verhalen ingestuurd en het project werd ondersteund door samenwerking tussen een sterke en diverse groep partners. Toch zocht het museum nog naar de beste strategie om een ​​dergelijke levende, groeiende tentoonstelling en audioplatform verder te ontwikkelen en de aantrekkingskracht en waarde ervan voor de lokale bevolking te vergroten. Hier gingen de studenten dan ook enthousiast mee aan de slag.

 

Het onderzoek naar een haalbare strategie voor ‘het digitaal verzamelen van de stad’ verliep langs drie lijnen:

 

  1. Een kritische analyse van het Corona in de Stadplatform zelf. Studenten analyseerden website-data, stuurden enquêtes uit onder (potentiele) bezoekers, en analyseerden de vormgeving en het taalgebruik op de website. Hierbij werd ook gekeken hoe dit project zich verhield tot de bredere ontwikkelingen in het Amsterdam Museum en de doelen die het museum heeft met dit project. Welke doelgroepen targeten en bereiken ze? Hoe gaan ze om met toegankelijkheid en inclusiviteit? Wie wordt aangesproken in de tone of voice van het platform? Wat lijkt als vanzelfsprekend, normaal en verondersteld te worden? Hoe toegankelijk is de online omgeving wat betreft vormgeving, taal, mogelijkheden, onderwerpen etc.?
  2. Vergelijkend onderzoek naar stedelijke culturele instellingen, met name instellingen die digitale verhalen gebruiken om lokale discussies en gesprekken te stimuleren (bijvoorbeeld websites en/of broadcasts). Hierbij werd bijvoorbeeld gekeken naar Collecting COVID van Museum of London, The September 11 Digital Archive, Tate Britain, Verhalenhuis Belvédère, the Immgration Museum in Melbourne, the Roald Dahl Museum and Story Centre, the Britisch Museum en het Museum Eindhoven. Welke technologieën (digitaal en analoog) gebruiken deze organisaties? Welke marketing- en communicatiemethoden worden er gebruikt en hoe effectief zijn deze? Hoe gaan ze om met toegankelijkheid en inclusiviteit? Wat kun je concluderen over de sterke en zwakke punten van deze benaderingen en wat kan het Amsterdam Museum hiervan leren?
  3. De studenten raadpleegden academische tijdschriften en andere websites of tijdschriften over (inclusieve) digitale vertelprojecten in musea en andere culturele instellingen om hun onderzoek vorm te geven en bevindingen te interpreteren. Wat is digital storytelling? Hoe wordt het gebruikt en wat wordt als goed (of niet) beschouwd?

 

Op basis van hun onderzoek schreven de studenten uiteenlopende analyses met interessante conclusies en aanbevelingen. We lichten er hier een drietal uit.

 

  1. Interactie. Om ervoor te zorgen dat het platform en de al gegenereerde impact niet op de ‘digital graveyard’ terecht komen, bevelen de studenten aan om een langere-termijn strategie te ontwikkelen gericht op interactie met bezoekers en deelnemers. In de tweede fase van het project kan meer op gebruik en hergebruik van bestaande content worden gefocust dan op het ophalen van nieuwe bijdragen. Op deze manier wordt publieksinput minder een tool om museale content te ontwikkelen en wordt de museale content meer een tool om verbinding met (lokaal) publiek te maken en te versterken.
  2. Toegankelijkheid. Uit onderzoek naar de vormgeving en gebruik door verschillende gebruikersgroepen, waaronder mensen met auditieve en visuele beperkingen en mensen met een migratieachtergrond, kwam een aantal mogelijke verbeterpunten voor het platform naar voren. Ook hierbij bleek dat het ontbreken van een strategie om online en offline met elkaar te verbinden de potentiele impact van de tentoonstelling beperken. De studenten bevelen dan ook aan om voor de doorontwikkeling van Collecting in the City gebruik te maken van betere toegankelijkheid via taal, vormgeving en integratie met fysieke collectie – zowel in het platform zelf als de (online) marketing en communicatie eromheen.
  3. Communicatie. Uit het onderzoek bleek dat intuïtieve navigatie op de website belangrijk is voor (her)gebruik van het platform en dat de vormgeving van Corona in de Stad hierbij kan worden versterkt. Om de website toegankelijker te maken en gebruik te vergemakkelijken, kan het museum in de toekomst de presentatie van onderdelen van Collecting the City juist loskoppelen van museale concepten zoals tentoonstelling, collectie, zalen etc. Hierbij kan bijvoorbeeld het verbinden van de content aan de dagelijkse leefwereld van Amsterdammers centraal staan. Denk hierbij aan het organiseren van de online content langs (ruimtelijke) structuur van de stad in plaats van de structuur van een museum.

 

 

Dit onderzoek is onderdeel van een langer lopende samenwerking tussen het Amsterdam Museum en de internationale opleiding Arts & Heritage: Policy, Management & Education. In het verleden ontwikkelden studenten bijvoorbeeld een marketingplan voor de avondopenstelling van het Amsterdam Museum gericht op de doelgroep ‘werkende jongvolwassen tussen de 25-40 jaar (millennials) die wonen en/of werken in de regio Amsterdam’ en op dit moment zijn studenten bezig met onderzoek naar het Gouden Koets project. In de opleiding Arts & Heritage: Policy, Management & Education verrichten de studenten elk jaar praktijkgericht onderzoek, waaronder onderzoek-in-opdracht voor een aantal Amsterdamse culturele instellingen zoals musea en podia. De culturele instellingen leggen de studenten een vraag of dilemma voor en de studenten proberen deze op basis van literatuur en empirisch onderzoek zo goed mogelijk samen inzichtelijk te maken. In de tweede fase van het project leren de studenten, ieder voor zich, de onderzoeksresultaten te vertalen naar mogelijke acties die de instelling kan ondernemen. Wanneer en hoe moeten die activiteiten worden uitgevoerd? Welke resultaten kan de instelling verwachten? Zo krijgen de instellingen handige inzichten voor strategieontwikkeling en leren de studenten meer het reilen en zeilen van individuele instellingen en over het gebruik van onderzoek in cultuurmanagement. Het onderzoek wordt begeleid door Anna Elffers en Claartje Rasterhoff.


Onze
partners

met dank aan: Gemeente Amsterdam West Soundtrackcity Het huis van Amsterdam