Filteren

Wis alle filters

Op onderwerp

Op medium

Afbeelding

De Lente Tweeduizend Twintig

De Lente Tweeduizend Twintig.

 

Het is een mooie dag,

een vrolijke rustige namiddag.

Soms een beetje koud,

soms een beetje warm.

De zon schijnt soms

en soms schijnt hij niet.

 

Ik vlieg naar het Westerpark,

naar een hoek in het park,

met nieuwe schoenen,

de schoenen met vleugels.

 

De hoek ligt onder de bomen,

de bomen van de kersenbloesem.

De hoek is een ruimte,

mijn favoriete ruimte al drie jaar.

 

De laatste drie lentes,

soms zorgen in mijn hoofd,

soms de moed in mijn buik.

 

Deze lente,

meer ruimte onderweg

maar nauw en eng overal.

 

Vandaag,

voor iedereen in de hoek,

twintig minuten in het park,

van ganser harte gefeliciteerd.

 

Nu

 

Een première van’t seizoen,

de twintig minuten uitvoering begint.

 

Hoort U?

 

Een muziek,

de bomen trommelen en resoneren met het terrein,

de vloeiende melodie van ’t water,

Het refrein van de lachende kinderen,

de vogeleieren spelen hoog triangels.

 

Ziet U?

De schitterende rose confetti over het podium van jong gazon.

De rivier van de kroonbladen,

tussen de tule van zonnestralen,

aan het dansen met vlinders.

 

Voelt U?

De bloemknoppen zijn zo terughoudend,

de vruchtige geur della primavera,

op Uw neus springt de nectar,

de dartelende vogels om U heen,

de zon-infanten kietelen Uw voet!

 

Boven U,

een fontein van’t leven,

waar Uw liefde vandaan komt.

De eindeloze heldere blauw,

waar Uw glimlach aanschouwt.

 

Een universum spreekt U

 

“Ik hou van’t prima seizoen,

voor altijd is zonder tijd.”

 

Wat is nu?

 

Plots een klap van de witte schaduw,

geeft geen pijn maar alleen te zien.

Een fata morgana van mantel?

Het draait zijden schielijk om,

het creëert een bloesemsstorm.

 

Zo landt iemand in de lucht.

 

‘iemand’

met een aanschijn onder de zon.

 

Hij vouwt zijn arm als een plechtigheid.

 

De keurige kimono

laat zijn soepele benen vrij.

Zijn zwarte haren van fluweel

suizelen fraai voor (de) zefier.

 

Hij zet een stap naar voren,

dan keert hij de blik scherp naar de verte

om de lucht in te schieten over zijn zichtlaan. 

 

Zijn translucide gouden ogen doven tijd en afstand.

 

Na een stilte tellen,

 

hij houdt halt sereen.

 

Op het boveneinde van de aarde,

op het hoogste punt van de sfeer,

waar de oceaan kan staan,

de oceaan van kersenbloesems,

 

hij haalt adem samen

met de eeuw ter aarde.

 

 

Hij komt uit een andere ruimte.

 

 

Weet U wat?

 

“Een blauwe reiger is de primo uomo van ’t gezelschap.”

 

 

Groetjes uit het Westerpark!

door Junko Murakawa


Onze
partners