Filteren

Wis alle filters

Op onderwerp

Op medium

Akedia te lijf

Sinds de eerste covid-19 lockdown moet ik regelmatig denken aan Amsterdammers die in de zeventiend eeuw pestepidemieën doorstonden. Alleen al in het jaar 1664 overleden naar schatting vijfentwintigduizend mensen, ongeveer vijftien procent van de totale bevolking. Het stadsbestuur droeg de burgers op om straten te schrobben en mens en dier binnen te houden
om zo het besmettingsgevaar te verkleinen.

Het moet in de binnenstad toen net zo verlaten zijn geweest als in maart 2020. Met Rudolf, een vriend die in de daklozenopvang werkt, loop ik daar sinds die tijd wekelijks een rondje. Hij vertelt me hoe angstig hij en zijn collega’s zich voelen omdat er nog geen persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn. Ze kunnen niets anders doen dan regelmatig handen wassen, afstand houden, zich na het werk douchen en hun kleding op zestig graden wassen. Ook dit doet me denken aan pestepidemieën omdat personeelsleden van pesthuizen een verhoogd risico liepen om zelf besmet te raken en te overlijden. Rudolf vraagt me of ik hem wil helpen bij zijn studie aan het seminarie, omdat hij de oude pater die hem normaal bijstaat niet aan besmetting wil blootstellen. Ons wekelijkse rondje binnenstad eindigt sindsdien op een muurtje op het Spui waar we aan zijn opdrachten werken bij een kop coffee-to-go. Als dank word ik door de paters van de Begijnhofkapel uitgenodigd om in de paasweek de Donkere Metten bij te wonen. In deze speciale gebedsdienst over de val van de stad Jerusalem treft me de angst van de Jeruzalemmers voor ziekte en geweld. Onze voorouders hadden enorm veel ervaring met epidemieën en hoe daarmee te dealen in tijden dat beschermingsmiddelen en behandelopties
afwezig waren.

Rampenfasen
In de rampengeneeskunde worden verschillende fasen in een ramp onderscheiden. De richtlijn gaat over ‘flitsrampen’ en covid-19 is een ramp in slowmotion. Toch levert deze richtlijn bruikbare psychosociale interventies op. Tot mijn verbazing hoor ik tijdens de Donkere Metten een psalm (psalm 91:5-6, vertaling Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde) die dezelfde fasen onderscheidt:
‘Gij hoeft nimmer te duchten van de verschrikking der nacht, de pijl die vliegt overdag, de pest die waart in het donker, de moordende steek van de middag’.

Allereerst is er de impactfase waarin de aard en ernst van de ramp duidelijk worden. Dat komt terug in ‘de verschrikking der nacht’. Sinds duidelijk is dat we niet aan covid-19 kunnen ontkomen, maak ik me regelmatig zorgen of het virus ook mijn familie, vrienden, collega’s en mijzelf zal treffen en of we dat zullen overleven. Zulke zorgen komen vooral ’s nachts als de geruststelling en relativering van de dag wegvallen.

De volgende fase van een ramp is de honeymoonfase waarin onderlinge solidariteit en steun centraal staan. Op mijn werk ontvangen we in maart bloemen van lokale ondernemers, komt er een mobiele koffiebar met barista langs en hangen omwonenden spandoeken en T-shirts met rode harten voor hun ramen. Dit alles om ons te bedanken en ondersteunen in ons werk. Dat doet goed. Het overzicht van hulpinitiatieven in de stad dat ik destijds opstel voor onze patiënten, beslaat meerdere pagina’s. Deze fase komt niet terug in de psalmtekst. Daarin gaat het veel meer over de desillusiefase van de ramp (‘de pijl die vliegt overdag’). In de desillusiefase komen mensen voor hun eigen belangen op en eigenen ze zich soms met geweld voedings- of beschermende middelen toe. In pestepidemieën bleven mensen zonder zorgkader regelmatig ziek of dood op straat achter. In deze fase wordt vaak naar schuldigen gezocht en met
ze afgerekend. In de covid-19 pandemie zie je die afrekencultuur vooral online plaatsvinden, bijvoorbeeld in de toename van antisemitisch gekleurde samenzweringstheorieën. De woorden ‘de pest die waart in het donker’ verwijzen naar de onzekerheid tijdens een pandemie. Zo blijft het ondanks alle onderzoek duister hoe besmetting nou precies plaatsvindt. Dat er voortdurend voortschrijdend wetenschappelijk inzicht is, leidt bij sommige mensen juist tot angst en achterdocht.

Spirituele onverschilligheid
Het laatste deel van de tekst (‘de moordende steek van de middag’) doet me pas écht beseffen hoeveel ervaring onze voorouders hebben met epidemieën en de desillusiefase. Het verwijst naar het begrip akedia van de woestijnmoeders en -vaders. Dit waren vroege kloosterlingen die vanaf de derde eeuw in de woestijn van Syrië en Egypte leefden. Amma Theodora, een van de woestijnmoeders, omschrijft akedia als spirituele onverschilligheid. Een gevoel van mismoedigheid en verveling die je in verleiding brengt om je gebedsleven en andere steunende gewoontes op te geven. Amma Syncletica benadrukt het spottende aspect van akedia. Je kijkt erdoor op een laatdunkende en minachtende manier naar jezelf en anderen, benadrukt inconsistenties en
vermeende hypocrisieën en krijgt een afkee van je oorspronkelijke doelen. Waarom zou je überhaupt je best doen om iets goeds te doen, jezelf te verbeteren of anderen te  helpen? Het heeft toch geen zin. Akedia leidt tot geklaag, je leeg voelen en ‘holle’ afleiding zoeken zoals eindeloos Netflixen of Facebooken, koopzucht, roddelgedrag en je op je werk storten. Het vergelijk met de desillusiefase van een ramp is snel gemaakt. Niet-getroffenen willen in deze fase snel hun normale leven weer oppakken en vinden dat maatregelen lang genoeg geduurd hebben. Getroffenen ervaren dit als gebrek aan solidariteit en steun. Het gevolg is afname in solidariteit, afname van vertrouwen (in de overheid) en een terneergeslagen, lamlendige stemming.

Wat we van de woestijnmoeders en -vaders kunnen leren, is dat zij akedia niet als ziekteverschijnsel zien, maar als verstoring van de innerlijke spirituele leefwereld. Dit sluit aan bij de vuistregel uit de rampengeneeskunde dat de meeste mensen veerkrachtig zijn en vanzelf herstellen van hun klachten tijdens de ramp. In de regio Amsterdam is tijdens deze pandemie geen
toename gezien van acute psychiatrische crises bij volwassen.

Het begrip akedia is uit ons taalgebruik verdwenen. Het is tegenwoordig volstrekt normaal dat je erop let dat je gezond eet en voldoende beweegt. Maar vreemd genoeg is het minder gebruikelijk om systematisch voor je innerlijke leefwereld te zorgen. Ik denk vaak: ‘Dat mediteren daar heb ik nu even geen zin in’. Regelmatig oefenen is volgens de woestijnmoeders en -vaders echter de beste manier om akedia te lijf te gaan en de verschrikkingen van het dagelijks leven aan te kunnen.

Overheid
Binnen de rampengeneeskunde speelt de vraag hoe de desillusiefase op bevolkingsniveau te doorbreken is. Om dan de stap naar de integratiefase van een ramp te maken waarbij er weer wordt samengewerkt. Gersons, Smit en Smid adviseren de overheid in hun essay ‘De ramp na de ramp’ (2020) het gevoel van veiligheid te herstellen met het geven van betrouwbare informatie. Daarnaast moet de overheid gemeenschapszin en verbondenheid in de samenleving stimuleren en hoop en perspectief bieden. We kunnen daarbij putten uit de ervaringen
van recente rampen (bijvoorbeeld de Bijlmerramp of de vuurwerkramp in Enschede) en de verschillende informatie-, verwijs- en behandelcentra die voor dit doel zijn opgezet. Dat is iets dat de overheid kan doen. Wijzelf kunnen te rade gaan bij onze voorouders die zich sterk bewust waren van het gevaar van spirituele desillusie. En door dagelijkse meditatie, yoga of het
inbouwen van stilte zelf weerstand bieden aan akedia.

Jacob Matham naar Hendrick Goltzius, Acedia. Rijksmuseum Amsterdam

door Christel Grimbergen


Onze
partners

met dank aan: Gemeente Amsterdam West